Zoeven in Den Haag, harken in Utrecht

Waar sta ik?

Een nieuwe manier van trainen vergt tijd. Na jarenlang veel souplessewerk in combinatie met wisselduurlopen, ben ik sinds september gestart met zone training. Trainen in verschillende hartslagzones. Duurlopen in zone 2, marathonblokken in zone 3, kleine blokjes in zone 4 onder de anaerobe drempel of een lekker langzame duurloop in zone 0/1. Erg wennen maar op zich best wel heel leuk. Mijn laatste wegwedstrijd was op oudjaardag. Ik liep daar 34 minuten en 7 seconden op de Brink tot Brinkloop. Ik had geen idee waar ik stond. Dus tijd voor een meetmoment. Ik koos de tien kilometer van de CPC loop in den Haag.

Zin

Bij mij geldt vaak de stelregel: als ik zin heb in een wedstrijd ben ik in vorm. En zin had ik. Man man man. Eindelijk weer eens beuken en rammen. Niet letten op de hartslag maar zoeven in het rood. Om 12 uur ging het startschot en ik stoof weg. Ik besloot niet op mijn horloge te kijken en elke keer net tegen de verzuring aan te lopen, om er vervolgens net onder te blijven.

Extra gas geven

Ik liep vrij gemakkelijk mee in een groepje met daarin de nummers drie t/m zes van de wedstrijd. Ik zat relatief op mijn gemak en bedacht dat ik eigenlijk wel lekker liep. Na vijf kilometer maar eens een lap d’r op geven bedacht ik me. Samen met een atleet van Haag atletiek liepen we naar de finish. We probeerden elkaar eraf te krijgen. Hij klopte me in de laatste kilometer. Ik zag in de verte het finishbord met een ‘31’ erin. Ik zette aan en beukte naar een 32:32. Mijn tweede tijd ooit. En mijn gevoel klopte: de eerste vijf kilometer liep ik in 16:28 de tweede in 16:03. Dus ik kon d’r inderdaad nog een lap opgeven.

Siberië Science Park Utrecht

In april een marathon lopen kan een risico zijn. Train je de hele winter lekker in de kou, is het opeens 25 graden met de start. Gelukkig is er een marathon in maart. Dan is het vast nog niet zo warm. Zo maakte ik in het najaar mijn plan om mee te doen aan de Science Park marathon Utrecht. En mijn plan kwam uit, het was inderdaad niet te warm.

Klote weeronline

Zes graden en zon, stond een week van tevoren op het weerbericht. Al snel kwam daar een min voor te staan. Een gevoelstemperatuur van -10/-15. O ja en een oostenwindkracht 5. Dat wordt afzien. Elke keer als ik mijn weer-app opende hoopte ik dat de O5 veranderde in W1, een zacht westenwindbriesje dat mijn lange manen ietsje doen wapperen. Maar het mocht niet zo zijn.

Drie woorden

Aangekomen in Utrecht moesten we van de parkeerplaats naar de kantine lopen, ruim een kilometer. Tijdens die kilometer zakte alle moed me in de schoenen. Een koude gure oostenwind maakte wandelen al onaangenaam en moeilijk. En dan moet je 42 kilometer hardlopen. Ik had er maar drie woorden voor man … man … man …

Plannen gewijzigd

Het startschot ging en ik liep weg. 3:36 per kilometer maakt 2 uur en 32 minuten. Ik probeer even hoe het voelt, wie weet … dacht ik nog. Na 1 kilometer in 3:36 gelopen te hebben, had ik het al gezien: kansloos. Ik besloot me iets terug te laten zakken en me te verschuilen achter de lange hazewind-rug van Erik Negerman. Die op zijn beurt Olivier weer aan het helpen was met zijn marathondebuut. Ik besloot niet onnodig te lijden. Een PR zit er niet in en dit moet een luxe training worden, dat was het plan. Ik liep op een tempo tussen de 15 en 16,5 kilometer per uur en na 15 kilometer begon ik me nog lekker te voelen ook.

Weer die bosjes

Toen begon de ellende weer. De gelletjes vielen verkeerd en met spoed moest ik de bosjes in. Inmiddels is dit me zo vaak gebeurd dat het me compleet koud laat. Ik drukte mezelf de bosjes in en daar ging mijn groepje. Dat wordt alleen werken tegen de wind met nog meer dan 25 kilometer te gaan. Gelukkig had ik hem nu even mee. Ik bleef lekker doordouwen en kwam na de halve marathon met Pascal te lopen. We besloten het tweede deel wind tegen samen te werken. Kop over kop beuken tegen de harde oostenwind maakte het een stuk aangenamer.

Snelste Nederlander maar niet echt

De laatste vijf kilometer kon ik nog wat aanzetten en een paar plekken opschuiven in de ranglijst. Uiteindelijk gefinisht in 2 uur en 46 minuten. Tja … met een gevoelstemperatuur van -15 en oostenwindkracht 5 nog niet zo gek. En ik was snelste Nederlander. Dat klinkt heel mooi hoor. Maar Erik liep een lange duurloop in zone 1. Moet ik er dan erg trots op zijn dat ik hem voor was? Bij nader inzien niet. Maar toch: in deze omstandigheden een marathon harder dan 15 kilometer per uur, is toch meer dan een gemiddelde zondagmiddagtraining.

En nu rust

Het zware gedeelte moet echter nog komen. Van maandag tot en met donderdag heb ik een rustperiode. Vier dagen niks doen (of in mijn ogen: aankomen, lui worden, discipline verwaarlozen een trainingsachterstand oplopen of een watje zijn). Hoe kan het toch dat altijd als ik een rustdag heb opeens half Nederland aan het lopen of fietsen is? Dat ik dan de enige ben die in de auto voorbij komt rijden, met zijn pens knel tegen het stuur. Nou ja … het zal wel aan mij liggen.

In april loop ik de 10 kilometer van de IJsseloop in Deventer, de 5 mijl van Zwolle Zuid en de marathon van Enschede. Hopen dat het in Enschede geen 25 graden is (of -10).