Vechten

Lieve mama,

Het stond gister in de Volkskrant.
“Gezonde probiotica-bacil verantwoordelijk voor darmkanker.”
Ik sla dit soort artikelen meestal over.
Ik kan er maar op twee manieren reageren:
“Waarom hebben ze dit niet eerder ontdekt, zodat jij er nog wat aan had?”
Of nog cynischer:
“Mooi dit soort onderzoeken, maar het blijft een gok óf en wanneer je het krijgt.”
Alsof je met een geladen pistool in je eigen lijf loopt. Het kan afgaan.
Je weet alleen niet waar, wanneer en wat de schade is.

Maar ik weet ook hoe jij elk onderzoek aangreep.
Elke nieuwe ontwikkeling en ieder nieuw medicijn wou je wel testen.
Hoe ziek je ook werd van een experiment.
“Als dit niet werkt, verzinnen ze maar wat anders”, zei je dan.

Ik vraag me wel eens af wat ik in jouw plaats had gedaan.
Zou ik ook zo’n vechtjas zijn?
Waarschijnlijk niet, als ik mezelf eens grondig analyseer.
Als je bijvoorbeeld kijkt hoe ik reageer op een verkoudheid:
Twee dagen hoesten en ik heb al minstens 20 keer op ‘longziekten’ gegoogeld.
En als ik buikpijn heb, maak er al gauw een maagbloeding van.

Gewoon griep heb ik nooit, wel Mexicaanse griep of een slepende tropische koorts.
En als ik me stoot, heb ik minstens wat gebroken, uit de kom of zwaar ontwricht.

O ja, als ik de acht uur slaap niet aantik,
heb ik al gauw last van een chronisch slaaptekort dat vaak leidt
tot algehele malaise en disfunctioneren.
Voor je het weet heb ik ernstige burn-out klachten.

Nee zo’n stoere ben ik niet.
Jij wel.
En altijd maar zeggen dat het wel meeviel.
Doorgaan, bijwerkingen accepteren en hopen op een wondermiddel.
Wat een ongelofelijke mentaliteit.

“Als je maar hard genoeg vecht, kun je kanker overwinnen.” Hoor je wel eens.
Dat klopt niet.
Want ik mis je.