Twee marathons en een knop die om moet

Opeens zo uit vorm, dat kan geen toeval zijn

Amsterdam, 15 oktober

De marathon van Amsterdam. Eindelijk is het zover. Duurlopen van een kleine 50 kilometer, snoeiharde halve marathons, buffelen op Tenerife en dagelijks kilometers maken voor het werk. Alles om te pieken op de marathon. En daar ging het volgens mij ook mis. Als je je ergens zolang van te voren al druk om maakt, is de kans dat het mislukt groot. Dan gaan zenuwen de overhand krijgen.

Een hete dag

Het weer bijvoorbeeld. Al weken van tevoren keek ik op alle weerapps wat het weer de 15e zou worden. Begin oktober leken de temperaturen in het weekend van de marathon te gaan stijgen. Ik zag zelfs 23 graden voorbijkomen. Daaag marathon, dacht ik direct! Weer een reden om me druk te maken. Eind oktober en zo’n hete dag, wie bedenkt het?

Geen excuses

De voorbereiding was niet verkeerd. De vorm begon steeds meer te komen. In Breda 2 weken eerder liep ik een PR op de halve marathon. Mijn slaapplek bij Coen tien minuten rijden van de start was ook prima. De warming up was goed, en ik had genoeg gelletjes mee om twee marathons te lopen. De benen voelden goed die ochtend. En het weer leek enigszins mee te vallen. Geen excuses dus.

Geforceerd beuken

Toch liep ik niet zo ontspannen als in eerdere marathons. Ik liep in een mooi groepje. Ik hoorde iemand schreeuwen: “3:45 per kilometer!” Dit is te langzaam dacht ik. Uit het niets begon ik na 5 kilometer gas te geven. Alsof ik de resterende 37 kilometer niks meer goed kon maken. Ik sleurde op kop om het tempo op te jagen en liet me daarna weer afzakken. Kortom: veel te onstuimig en niet op gevoel. Op kilometer 12 voelde ik mezelf hongerig en vermoeid.  Vanaf kilometer 15 begon de zon door te komen. Ik kreeg het warm en kon mijn benen nauwelijks meer rondkrijgen. “Dit herken ik niet”, dacht ik. Normaal lijd ik de eerste halve marathon niet, sterker nog dan wordt het meestal pas leuk. Nu was ik op.

Ik kwam door op 1 uur en 17 minuten op het halve marathonpunt. Ik was kapot en besloot om na 22 kilometer uit te stappen. Ik had op karakter door kunnen lopen om vervolgens een teleurstellende tijd neer te zetten. Ik besloot echter om mijn revanche over twee weken nemen. Dan zal het weer vast beter en koeler zijn dacht ik nog.

Revanche in Brabant

Etten Leur, 29 oktober 

En koeler weer was het. Jammer dat mijn revanchemarathon werd gedomineerd door de eerste najaarsstorm van het jaar. Windkracht 7 werd er gemeten. Wat nu? Weer opgeven of uitstellen heeft niet zoveel zin. De vorm en de inhoud zijn er nu, over 4 weken niet meer. Bovendien had ik nog zoveel frustratie in mijn lijf van Amsterdam dat ik de marathon gewoon moest uitlopen. Dan maar lopen voor wat ik waard ben en hopen dat het meevalt met de wind, nam ik me voor.

Toen ik met Remco naar Etten-Leur reed zag ik omgewaaide bomen, auto’s die slingerend voorbij kwamen en borden die waarschuwden voor de wind. Heel bemoedigend als je weet dat je daar straks 42 kilometer doorheen mag rennen. Remco hield mij voor:  “Een goede tijd zit er niet in, dus loop voor wat je waard bent.”

Ik startte behoudend. Na 5 kilometer kwam ik in een groepje te lopen. Ik wou de kop overnemen, maar werd direct naar achter gemaand. “Wij doen wel kopwerk” riepen de voorste twee. “Wij stappen onderweg toch uit.” Ze deden haaswerk voor de persoon naast mij. Doel: 2 uur en 40 minuten of net daaronder. Wat een luxe! Na 10 kilometer lekker cruisen met wind mee, draaiden we met een haakse bocht. Bam! Vol wind tegen. Na 15 kilometer lekker in de rug gelopen te hebben speelde mijn maag op. Snel de bosjes in. Na een diarreeaanval was mijn groepje gevlogen. Ik liep alleen, tegen de wind.

Bijna aansluiting en weer kortsluiting

Ondanks mijn tegenwerkende maag, voelde ik mij niet zwak. Integendeel, ik ging als de brandweer. Na tien minuten zag ik het groepje weer. Ik kwam dichterbij. Net toen ik ze aan kon raken, begon mijn maag weer te draaien. Kortsluiting in mijn buik, shit de bosjes in. De achtervolging begon weer opnieuw. Op kilometer 20 kwam ik opnieuw bij het groepje. Ze oogden vermoeid. Ik besloot niet langer te wachten en versnelde door. Tot kilometer 25 ging ik als een raket, daarna was het weer tijd voor een bezoekje aan de bosjes. Ik maakte me er niet eens meer druk om. Ik werd bijgehaald door een loper die ik als richtpunt kon gebruiken. Na 27 kilometer kwam ik bij hem. We liepen samen op. Ik nam een gelletje en maakte me klaar voor mijn laatste toiletbezoek van die dag, alsof ik het aan voelde komen. Op kilometer 31 nog een keer de bosjes in en dan … gas geven tot de finish. Dit lukte.

Derde plek

Niets kon mij meer deren. Keiharde wind, vier diarreeaanvallen, en slagregen op het eind. Ik voelde me sterk. Ik finishte als derde in een tijd van 2 uur 40 minuten en 25 seconden. Dit najaar geen marathon-pr dus. Maar toch een voldaan gevoel. Derde worden op een grote landelijke marathon (ik schat deze zeker in de top 10 van Nederlandse marathons) is een mooi gevoel. Dat pr komt wel.

Anders denken

Na de marathon van Brabant heb ik een week looprust genomen. Toch heb ik in die week elke dag gesport. De week erna maakte ik alweer een dikke 100 hardloopkilometers. “Ik herstel snel en de marathonwetten tellen niet voor mij”, hield ik mezelf voor. Dus op 19 november stond ik aan de start in mijn achtertuin voor een plaatselijk crossloop. Ik liep een beroerde 10 kilometer waarin ik vanaf kilometer 1 in het rood liep. Ik liep bijna anderhalve minuut langzamer dan vorig jaar en kon geen moment diep gaan. Eigenwijs en met een lichte eerzucht heb ik daarna meegedaan aan de vijf kilometer en die gewonnen. Leuk hoor, maar zo kan het niet doorgaan. Ik moet meer structuur en houvast hebben in mijn trainingen. Ik heb heel veel gehad aan Klaas mijn huidige trainer, maar hij zit in Thailand en kan me niet intensief sturen. Iets in mij zegt dat ik dat wel nodig heb. Die gedachte bleef maar door mijn hoofd spoken.

Een duikje in de sloot

Soms heb je even iets nodig dat je nog extra bewust maakt van je eigen dwaasheid. Dat gebeurde toen ik na mijn werk even een uurtje uit ging fietsen op de veldrijder na een zware training van die ochtend. Ik reed in het donker, met verlichting dat dan weer wel, vol in een sloot. Mijn fiets verdween onder water net als ikzelf. Ik stapte uit de sloot, trok mijn fiets uit het water en begon gas te geven. Zeiknat en onder de modder dacht ik voornamelijk aan mijn gemiddelde snelheid die hierdoor behoorlijk omlaag ging. Iets verderop sloeg er een auto af. Ik remde af, maar de remmen deden het niet heel goed meer. (Die had ik dus even moeten controleren na mijn val.) Ik reed op de auto af, die voorrang had, kon niet remmen en knalde vol op de achterkant. Ik vloog door de lucht en kwam hard op de grond. Twee ongelukken in vijf minuten. De schade viel mee. De fiets deed het nog, mijn sleutelbeen was licht beschadigd en mijn elleboog lag open. Geen reden voor paniek. Een paar dagen later heb ik tijdens een duurloop van 22 kilometer  eens nagedacht.  Conclusie: ‘het harde impulsieve trainen moet eruit, tijd voor gezond verstand’. Dus zo gek was mijn duik in de sloot nog niet.

Goed voorbeeld

Wie kan je beter begeleiden dan een mede-atleet die sneller is en tegen wie je opkijkt? Mijn nieuwe trainer, Erik, is een voormalig topatleet die nu nog steeds in de landelijke subtop meeloopt en opvalt. Na één gesprek legde hij al snel de vinger op de zere plek. Zijn conclusies “Je bent een trainingsbeest en je moet geremd worden.” Tja, helemaal verrast was ik zeker niet. Na een week proef draaien op zijn schema kreeg ik de volgende commentaren. “Niet plussen op je trainingen! 60 minuten is 60 minuten en niet 75. Niet harder lopen dan het tempo dat aangegeven staat! Alternatieve trainingen zijn hersteltrainingen, geen kansen om extra kapot te gaan.”

Erik is niet van gister, hij kan meekijken in mijn trainingsanalyses en doet dat ook. Na een uitgebreide hartslagtest weet ik beter wat mijn zones zijn. Op deze manier heb ik een extra middel om gecontroleerder te lopen. En eigenlijk is dat ook wel lekker. Er komt veel vermoeidheid uit en langzaam begin ik me goed te voelen.

Andere planning

Maar ja, een nieuwe trainer heeft ook consequenties voor mijn wedstrijdplanning. “Veel te gek”, zo omschreef Erik mijn voornemen om de Asselronde (25 km), de 30 km van Schoorl, de marathon van Utrecht en de marathon van Enschede in 2 maand tijd te lopen, volle bak wel te verstaan. Hij verzocht mij om meer naar de lange termijn te kijken. “Wat wil je uiteindelijk bereiken?”, hield hij mij voor. Mijn wedstrijdprogramma wijzigt dus. Daar komt een lange termijnplanning voor terug. Zodra we die hebben uitgewerkt, komt die op mijn site.

Vogels

Dus als jullie de komende tijd, iemand heel rustig in een lage hartslag voorbij ziet komen. Lekker om zich heen kijkend. Al dan niet met een fototoestel om de nek, of met een picknickmand onder zijn arm. Dan kan het prima zijn dat ik het ben. Een oase van rust en kalmte. Tijd voor een praatje en huppelend door het zand. Dat is de atleet Jos 2.0. Niks kapot gaan lekker genieten van al het moois dat de omgeving biedt. Ik heb zelfs al een reiger gezien, of een ekster dat weet ik niet zeker. Ik heb direct de ‘Zakgids vogels van Nederland’ besteld. De komende tijd zal ik mij erin verdiepen. Alle tijd namelijk.