Sport is leuk

Lieve mama,

Ik mocht woensdag mee met Demi naar atletiek.
Ze trainde op het sportpark van AV Salland.
Ik zag de sintelbaan en dacht automatisch aan afzien, buffelen en keihard lopen.
“Mooi om te zien”, zei ik tegen mezelf.
Demi is met haar vijf jaar de jongste van de groep.
“Die moet dus op het tandvlees bij de rest blijven”, dacht ik nog.

De training ging van start.
Een warming-up met wat kikkersprongen, hakkenbillen en zijwaartse tikpassen.
“Logisch”, dacht ik, “een warming-up moet speels zijn.”
Toen begon de kerntraining.
Ik zou als trainer kiezen voor iets als: 8 x 1000 meter tempo of 12 x 400 meter volle bak.
In ieder geval lekker tegen elkaar lopen, en kijken wie er wanneer af moet.

De kinderen gingen in plaats daarvan verspringen.
De horde waar ze overheen sprongen, werd soms hoger, dan weer lager gezet.
Want niet ieder kind is even lang.
Zo konden ze er makkelijk overheen.
Even dacht ik:  “Wat is hier nu uitdagend aan?”.
Maar toen zag ik de blije gezichten van de kinderen.

Het kwartje begon langzaam te vallen.
Die kinderen maken kennis met sport.
Het moet vooral leuk zijn.
Leuk om te rennen, te springen en vooral: lekker buiten bewegen.
Dat afzien, beuken en winnen, heb ik mezelf aangeleerd.
Dat is niet per se sport.
Dat is mijn (beperkte) perceptie.

Toen ik het zag, genoot ik ervan.
Plezier daar gaat het om.
Als afsluiting deden ze tikkertje.
Ik had als toeschouwer net zo veel schik, als de kinderen die meededen.

Demi zat met een rood hoofd, nat van het zweet, in de auto.
Ze had dus wel degelijk wat gedaan.
En nog belangrijker: ze straalde van plezier.

“Knap hoor, dat je zomaar even over de horde sprong”, zei ik.
“Ja! dat was heel leuk om te doen.
Volgende keer ga ik weer!”, zei Demi enthousiast.
Toen snapte ik het helemaal.