Rennen en stilstaan

Mama,

Dit is de eerste keer dat ik je schrijf sinds je overlijden.

Ik weet niet hoe het komt, maar ik ga je eigenlijk alleen maar meer missen. Ik maak best veel mee, maar ik kan je niks meer vertellen. Ik vraag me soms af wat het dan voor zin heeft om die dingen nog mee te maken. Ik realiseer me dat dit nogal dramatisch klinkt. Zo bedoel ik het niet. Ik leef echt wel door hoor, maar het wordt er gewoon niet makkelijker op.

Het zijn kleine dingen. Vrienden die kinderen krijgen, de nieuwe tour van Spinvis, stress op het werk. Dat zijn de dingen waar ik je normaal om zou bellen. En natuurlijk de wereldgebeurtenissen. Trump die aan de macht is gekomen, Le Pen die het goed doet, Wilders die nog steeds de grootste in de peilingen is. Het lijkt alsof ze hebben gewacht totdat jij niet meer kon reageren op Facebook. Alle dingen waar jij je mateloos aan stoorde zijn nu hip: Nationalisme, trots op eigen volk, krampachtig vasthouden aan tradities. Wat zou je je enorm geërgerd hebben

Ik kocht laatst de Runners’ World, omdat de marathon-ranglijst er weer instond. De ranglijst die jij van voor naar achter uit je hoofde kende. Als ik 2 uur 38 minuten en 19 seconden liep, dan wist jij dat ik rond plaats 40 moest staan. Het enige wat ik nu dacht toen ik de ranglijst bekeek, is dat zelfs dit niet meer leuk is zonder jou. Natuurlijk snap ik dat de gemiddelde mens niet alles uit zijn handen laat vallen als ik met die lijst aan kom. Maar wat mis ik het praten over die lijst en het fantaseren over eindtijden met jou.

Net zoals de Giro die straks weer begint. Dat ik je dan weer allerlei dingen uitleg die je eigenlijk niet echt interesseerden. Gevolgd door de Tour. Weet je nog dat we vorig jaar een bergetappe samen hebben gekeken? Je was toen al niet meer zo fit. Maar je deed nog net alsof je het helemaal begreep. Dat was leuk he ma? Ik vond in ieder geval van wel. Niet te geloven hoe snel het daarna is gegaan mama. Ik liep laatst op 8 januari een pr op de 10 kilometer in Deventer. Natuurlijk was ik er blij mee. Maar vorig jaar stond je daar nog gewoon. Het was anderhalf uur wachten op de prijsuitreiking. Je trok het eigenlijk niet meer van de kou. Maar je bleef wachten. Want je moest het zien van jezelf.

Ik droom bijna elke nacht dat ik nog dingen met je meemaak. Op zich is dat heel fijn. Alleen is het wakker worden best zwaar, omdat ik dan besef dat het een droom was. Dat is dan maar zo. We maken zo in ieder geval nog steeds van alles mee. Zo ga ik na de marathon van Sevilla dromen dat jij mij belt over de plek in de ranglijst. Hoewel die pas in 2018 uitkomt, weet jij uiteraard mijn nieuwe plek al te noemen.

Verder ben je ook weer oma geworden. Dit wist je trouwens al, want toen Martine zwanger was leefde je nog. Wat jammer dat je dit niet meer kon meemaken. Het jochie heet Liam Marie, uiteraard naar Marietje. Mooi hè. Je was zo trots geweest, dat weet ik zeker. Het was wel een dubbel gevoel voor ons hoor. Natuurlijk waren we blij, maar tegelijk ook heel verdrietig dat jij er niet bij kon zijn.

Ik ga eigenlijk niet zo vaak naar de begraafplaats. Ik voel me daar best schuldig over. Maar als ik daar kom, dan voelt het zo oneerlijk dat je daar ligt. Je hebt je hele leven vooral voor anderen gegeven. En nu de tijd van nemen komt, ben je er niet meer. Bijna met pensioen, kinderen (meestal) zelfstandig, kleinkinderen, een nieuw huis. Dat moet je allemaal missen.

Het wordt me soms echt teveel. Ik merk soms dat ik continu met deze gedachte bezig ben. Maar weet je ma: Toen ik vroeg wat ik moest doen zonder jou, mompelde je op je laatste avond dat ik vooral gewoon moest doorgaan. Op zich heb je daar helemaal gelijk in. Ik doe ook echt mijn best om er wat van te maken. Maar doorgaan lost niet altijd alles op. Soms moet je ergens de tijd voor nemen denk ik. Dat ga ik vanaf nu meer doen.

Liefs, Jos