Proefritje met een blauwe kont

Alweer te onbenullig?

Moet ik nu weer een blog schrijven over hoe ik mezelf in de problemen jaag? Een stukje over de onuitputtende drang om me te bewijzen en hoe dat fout kan aflopen. Na een ziekenhuisopname in Tenerife door uitdrogingsverschijnselen (omdat ik wel midden op de dag keihard kan trainen). En na een gebroken middenvoet, waarvan  ‘metaalmoeheid’  de diagnose van de dokter was. (Want ik kan wel vol doortrainen na een marathon.) Of dat ik al 30 keer heb geroepen dat ik rustiger ga trainen en het toch steeds niet doe. (Met veel te veel geduld in het begin tot frustraties van trainers als Erik en Tjeerd op het einde) Hoe serieus nemen mensen dat nog?

p.s. Mocht dit onderwerp jullie niet zo boeien, lees dan de onderstaande koppen boven de alinea’s en je snapt de verhaallijn. (Het zijn maar vier woorden.)

 

Nieuwe fiets

En toch moet ik weer het boetekleed aantrekken. Ik hoor zo af en toe: “Jij kan hard fietsen en hard lopen, is een run bike run niet wat voor jou?” Tja … een Duathlon, ik geef toe: ik heb er zelf ook vaak aan gedacht. Ik kan aardig fietsen, zeker zodra het bergop gaat. En lopen ligt me natuurlijk ook wel. Dus waarom ook niet? Hoe meer mensen ik er over sprak, hoe enthousiaster ik werd. Dus tijd voor een tijdritfiets. Want daar rij je zo 3 km per uur harder mee. Dus nieuwe fiets gekocht en zaterdag opgehaald.

 

Test

Zondag zou ik gaan testen. Hoe hard kan ik wel niet op dit apparaat? Maar eerst ‘ s ochtends de jaarlijkse Kermisloop in Broekland. Ik werd eerste op de tien kilometer voor het vierde jaar op rij. Een vertrouwde plek, net als het decor. Ronnie op de fiets, Gait achter de microfoon en Jan op de rand van het bos. Snel naar huis en een stukje fietsen …

Bij dat ‘stukje’ bleef het echter. Ik reed direct rond de 40 per uur. Het feit dat ik dat weet, verraadt wellicht dat ik constant op mijn teller keek. En aangezien niemand op zondagmiddag speciaal voor mij de weg afzet, had ik beter om me heen kunnen kijken. Binnen een half uur werd ik aangereden door een auto. De auto had voorrang op een n-weg dus remde niet. Wat dan weer logisch is, anders had het begrip ‘voorrangsweg’ weinig betekenis. Daar lag ik …

 

Asfalt

Ik voelde pijn in mijn rug en mijn bil en mijn bovenbeen en mijn elleboog, o ja, en in mijn nek.” Goed teken” dacht ik, ”geen dwarslaesie”. Tja, als je met kapot gescheurde kleren op het asfalt ligt, word je al snel blij met het kleinste teken van leven. Ik kon niks behalve schreeuwen van de pijn. Omstanders hielden mijn hoofd omhoog en regelde het  verkeer om mij heen. Ik lag namelijk midden op een 80 kilometer weg. Een hangmat in het bos is meer aan te bevelen.  De ambulance kwam en ik werd geschept. Dit keer niet door een auto maar door een brancard. Als een soort schepijs werd ik als een bolletje van de weg geschraapt. In de ambulance zakten mijn hartslag en bloedruk weg … een shock.

 

Traumakamer

Toen ik bijkwam zag ik het bordje ‘traumakamer’. Dat is niet zo fijn ontwaken. Daar stond 15 man personeel op me te wachten. Binnen no-time zat ik onder de plakkers, infusen, zuurstofmaskers en andere medische apparatuur. Ik werd de CT-scan ingetild, daarna maakten ze röntgenfoto’s en checkten ze mijn organen. Alles viel mee. Ik was alleen bont en blauw.

Dit was het moment van bezinning! Van een mooie zomermiddag in Broekland naar een naakte toestand in het ziekenhuis met 15 man om me heen. Waarom na een wedstrijd niet gewoon lekker mijn nieuwe fietsje testen? Waarom moet het toch weer hard? Waarom altijd die focus en bewijsdrang aan mezelf? Dit moet anders. De behandeld arts was het overigens met me eens.

Een nachtje ter observatie en ik mocht weer naar huis. Conclusie: Almelo is een topziekenhuis! Iewat bezwaard zei ik nog tegen een verpleegster: “ Het is toch niet normaal, vijftien man aan het werk, omdat ik niet oplet.” “Ach, het kan overal gebeuren”, zei ze. Maar ik zag dat ze er anders over dacht. Iets van: “die klote fietsers altijd”, of: “Jij met je dikke blauwe reet, zie nu maar eens op een fiets te stappen.”

Heb ik hiervan geleerd? Word ik na al die ziekenhuisbezoeken dan toch wijs? Lees er alles over in mijn volgende blog.