Ooit

Lieve mama,

Ik heb anderhalf jaar geleden gezegd dat ik stop met wedstrijdlopen.
Niet eens omdat ik er voorgoed klaar mee was.
Het lukt gewoon niet meer.
Door een gebroken voet (nadat ik keihard had doorgetraind na een slopende marathon).
Een auto-ongeluk (na achterlijk geram tijdens de kennismakingsrit met mijn nieuwe tijdritfiets).
En door extreem vermageren (1000 calorieën per dag schrappen, omdat ik dacht dat het vast wel kon).

Ik kan denk ik twee conclusies kan trekken:
1. Mijn lichaam heeft aardig wat klappen gehad.
2. Al die klappen zijn volstrekt mijn eigen schuld.
En natuurlijk de zwaarste klap … jouw overlijden.
Het lopen is zo gewoon niet meer zo leuk.
Niemand houdt meer plakboeken bij.
En ik denk dat nu officieel niemand zich meer interesseert in de marathonranglijst.
Jij keek er naar uit, knipte hem uit, en bewaarde hem.

Toch mis ik het ook wel weer.
Het blijft mooi om kapot te gaan en de benen uit je lijf te rennen.
Of het nu midden in het centrum van Den Haag of Breda is.
Of in de bossen van Haarle of Luttenberg.
Beuken, afzien en kapot gaan blijft het mooiste wat er is.

Momenteel schiet mijn lichaam alle kanten op.
Ik ben door de krachttraining van 58 naar 76 kilo gegaan.
Mijn achillespezen piepen en kraken.
Maar ooit … ooit word ik weer stabiel.
En wie weet loop ik weer een wedstrijd.
Desnoods een marathon onder de drie uur, harder hoeft niet eens.
Want toen dat voor het eerst lukt, was jij zo trots op mij.
Alsof ik zojuist olympisch goud had gewonnen.