Onbenullig op vakantie en steeds ietsje sneller

Romantisch trainingskamp

Tenerife, Puerto de la Cruz. Atleten horen op trainingskamp te gaan. Zeker topsporters. De wielerploegen die in de winter op Tenerife verblijven zijn een mooi voorbeeld. Of hardlopers die naar de hoogvlaktes in Kenia of Ethiopië trekken. Maar ja, ik ben maar een amateur. Die paar weken dat ik vakantie heb, kan ik niet tegen Anneloes zeggen: “ga maar met een vriendin naar Vlieland, want ik ga als ons spaargeld opmaken voor een ticket naar Kenia” Maar gelukkig kan ik vakantie en trainingskamp combineren. Ik ga met Anneloes naar Tenerife

Waarschuwingen

Verstand komt met de jaren zegt men. Ik vraag me af of dat ooit voor mij zal gelden. Als het gaat om hardlopen op Tenerife hoor en lees ik twee dingen. Eén: ‘Tenerife is warm en vochtig dus vermijd trainingen midden op de dag.’ En twee: ‘op Tenerife is het geen meter vlak houd hier rekening mee’.

Met deze waarschuwingen in mijn hoofd begin ik de eerste dag op Tenerife om 13 uur ’s middags langs de snelweg aan mijn eerste training. 37 graden geeft de thermometer van de huurauto aan. Omdat ik altijd eerst zelf moet ondervinden dat iets niet kan, besluit ik mijn gebruikelijke intervaltempo te handhaven. “Wat kan dat kleine beetje vals plat nou schelen”, dacht ik bij mezelf. Het resultaat: na zes intervalblokken was ik helemaal stuk. Uiteraard heb ik de training afgemaakt, maar daarna kwam ik bevangen van de hitte terug in het appartement. Een lekkere start: 16 kilometer afzien en kapot overkomen met voeten vol met blaren.

Op hoogte

Op de tweede dag besloot ik naar de Siete Cañadas te gaan. Dit is een soort park in de krater van de Teide. De Teide is een vulkaan en behoort tot de hoogste bergen van Europa. De Siete Cañadas ligt op 2000 meter hoogte. Ook daar heb ik veel advies over gekregen: zorg dat je eerst aan de ijle lucht went, niet direct volle bak en zorg dat je er vroeg bent. Ik besluit om 11 uur te starten. Het is immers op hoogte dus het zal wel wat koeler zijn. Helaas, ik doe mijn tweede intervaltraining met 36 graden. Ik probeer 8×1000 meter hard te gaan met 2 minuten pauze ertussen. Maar ook relatief vlak pakt weer heel anders uit. Ik spring over rotsblokken en boomstronken. Het mulle zand omhoog of omlaag maakt het er niet makkelijker op. Na 17 kilometer kan ik nog net naar de auto strompelen. Ik kom zo mogelijk nog meer naar de klote weer thuis.

Ziekenhuis

Ik herken de blik van Anneloes bij terugkomst in het appartement.  “Moet dit nu weer zo onbenullig?”, zie ik haar denken. Ik voel een pijn opkomen die steeds heviger wordt. Uiteindelijk wordt de pijn zo erg dat we naar het plaatselijk ziekenhuis moeten. De diagnose: nierstenen vermoedelijk door uitdroging. Vol zelfmedelijden lig ik de halve avond aan een infuus van vocht en pijnstillers. Ik zie in Anneloes haar blik iets van: “sommige mensen leren het nooit”. De hele donderdag lig ik te creperen van de pijn in bed. Ik vraag om medelijden aan Anneloes, maar ergens verdenk ik haar ervan dat ze denkt: “eigen schuld”, al heeft ze dat nooit hardop uitgesproken.

Toch nog verstandig

De rest van de vakantie heb ik toch maar besloten om rond zes uur half zeven op te staan om voor de hitte mijn trainingen te doen. Al doende leert men. Op zondag heb ik een marathon in de bergen gelopen in alle vroegte. 42 kilometer in 3,5 uur met alleen maar klimmen en dalen. Dit ging eigenlijk prima, voldoende vocht en om 7 uur starten blijken de basis voor een prima training in de hitte. De rest van de trainingen heb ik grotendeels op de plaatselijke atletiekbaan gedaan. Uiteraard heb ik op een ochtend de Teide opgefietst. 3 uur klimmen naar 2500 meter hoogte, heerlijk!

In 13 dagen vakantie heb ik ruim 200 kilometer gelopen in negen looptrainingen. Verder heb ik twee trainingen in de sportschool en een fietstraining gedaan. Nog meer dan gepland eigenlijk. Onder het motto: ‘zo groot is Tenerife niet, we hebben alles al gezien dus ik kan wel een keer extra trainen’. Ik voel me beresterk. Dit kan niet meer fout in Nederland. Op naar de 1e wedstrijd. Op naar Dalfsen

 

Grote teleurstelling

Dalfsen, 2 september. Vandaag moet het gebeuren. De halve marathon in 1 uur en 12 minuten. Ik heb een duidelijk plan. De 10 kilometer doorkomen in 34:30 vlak lopen en de 20 kilometer doorkomen in 1:09. Dan heb ik nog een dikke 3,5 minuut om de laatste 1,1 km te doen. Dit moet kunnen.

De eerste paar kilometer gaan volgens plan. 3,25 per kilometer en ik probeer om lekker te blijven draaien. Maar dan voel ik me raar. Het loopt niet en mijn benen werken niet mee. Ik herken het gevoel. Het gevoel dat het keihard werken wordt in plaats van soepel draaien tot aan kilometer 16. De 10 kilometer kom ik door in 35 minuten. Te langzaam en ik kan ook niet harder. De laatste 11 kilometer is een lijdensweg. Mijn maag draait 3 keer om en ik heb overal pijn. Ik finish in 1 uur 15 minuten en 14 seconden. Wat een teleurstelling!

Ik begin me serieus af te vragen of ik ooit een serieuze rol kan spelen op de marathon. Een serieuze rol begint onder de 2 uur 30. Na vandaag lijkt dat verder weg dan ooit. Waarom zal ik er dan zoveel energie in steken? Elke dag om kwart voor zes mijn nest uit om voor het werk al tussen de 14 en 25 kilometer te lopen. Om vervolgens ’s avonds regelmatig nog een training te doen. Ben ik niet die voetballer in het plaatselijke B5 elftal die nog altijd denkt dat als hij maar hard genoeg traint, Ajax vanzelf een keer belt? Zondag word ik met pijn tot achter mijn oren wakker. Mijn achillespezen doen bij iedere stap pijn. Even vraag ik mij af waarom ik dit nog eigenlijk doe. Dan stap ik op de crosstrainer voor een training van anderhalf uur. Inmiddels is het vrijdag en heb ik in vijf trainingen alweer 84 kilometer gelopen. Over een week is de Dam tot Damloop en weer twee weken later is de halve marathon in Breda. Misschien dat ik daar wel wat kan neerzetten. Blijven dromen dan maar.

Ietsje beter

Amsterdam 17 september. De Dam tot Damloop is de grootste wedstrijd van Nederland. Ik loop hem voor eerst. Ik kan er kort over zijn. Beter dan Dalfsen, maar nog niet wat het moet zijn. In een tijd van 55 minuten en 27 seconden loop ik vrij behoorlijk. En bovendien supervlak. Ik begin iets meer vertrouwen te krijgen. Vooral omdat ik de laatste kilometer weer eens hard kon versnellen. De inhoud lijkt te komen. Nu de topsnelheid nog. Maar in twee weken tijd word ik in ieder geval steeds ietsje sneller. Ik heb nog vier weken dus als ik dit door kan trekken, is er zeker nog van alles mogelijk.

Een dikke marathon

Ramele 20 September. Ik wil weten of het goed zit met mijn duurvermogen. Ik ga een marathon lopen. Het is woensdagochtend half 10 als ik mijn auto bij de plaatselijke sportschool parkeer. Ik zet drie bidons op het dak en besluit drie ronden te lopen. Zo kan ik steeds een bidon grijpen, wat drinken en deze dan vlakbij de auto weer in de berm gooien. De eerste halve marathon voelt nog wat zwaar. Dat kan ook komen door de krachttraining van de avond ervoor. Zoals zo vaak had ik me voorgenomen om mezelf in te houden, om me daar uiteindelijk niet aan te houden. Zware squats, uitputtende oefening op de leg press en een (verzuur)balansoefening op een bal voor de hamstrings, zorgen voor flinke spierpijn. De eerste halve marathon start ik op reserve. Na 25 kilometer begin ik me zowaar beter te voelen. Ik loop makkelijk en moet mezelf afremmen. Vanaf kilometer 35 lijkt het of ik vlieg. Ik besluit nog een ronde van 10 km te lopen. Als ik de 42 kilometer passeer voel ik me nog niet moe. Even doortrekken tot de 45 kilometer en dan wat sprintjes besluit ik.  3,5 uur en 46 kilometer later ben ik blij dat het met de duur wel goed zit.  Zou het dan toch nog goed komen?

In oktober moet het gebeuren

Zondag 1 oktober loop ik de halve marathon van Breda en twee weken later op 15 oktober is het zover: het Nederlands kampioenschap marathon in Amsterdam. Mijn doel: onder de 2 uur en 33 minuten. Als dat lukt ga ik in maart tijdens de marathon van Utrecht proberen om onder de magische 2 uur en 30 minuten te lopen.  2 uur 32 of 2 uur 31 in Amsterdam zal mij veel vertrouwen geven richting dat streven. Ik liep in Sevilla 2:34:09. Twee minuten sneller in Amsterdam in een half jaar tijd zal echt top zijn! Zeker als ik er in Utrecht dus nogmaals twee minuten af kan lopen. We zullen zien. Misschien dat ik toch nog mee ga tellen op de marathon.