Niet over praten

Lieve mama,

Opeens dacht ik terug aan de tijd dat het niet zo goed met me ging.
Ik was ziek en kon niet meer thuis wonen.
Van de een op de andere dag woonde ik overal.

Ik sliep bij vrienden.
Bij veel verschillende vrienden.
Ik kon overal terecht, ook al woonden de meeste nog thuis.
Jij kwam dan overal langs om van alles te brengen.

Mijn spullen stonden verdeeld over twintig huizen.
Sommige vrienden woonden net op zichzelf.
Die heb ik erg zwaar belast.
Niet bewust, maar het is wel gebeurd.

Ik bouwde met vrienden en hun ouders een nog sterkere band op.
Ik kon overal eten, slapen en praten.
En voelde me bij iedereen thuis.
En als jij dan langs kwam, was het oprecht gezellig.
Dankzij mijn vrienden, hun ouders en jou, voelde ik me geen moment zielig.
Dat kan toch ook niet als iedereen zich om je bekommerd?

Misschien dat jij daarom nooit klaagde.
Dat je juist blij was met alle aandacht van iedereen om je heen.
Misschien voelde je jezelf echt gelukkig als wij er waren.
Dat je dan helemaal geen zin had om over je ziekte te praten.
Terwijl je meer daar meer dan alle recht toe had!

Nou wil ik mijn situatie natuurlijk niet met die van jou vergelijken.
Ik had een aandoening, die zou genezen.
Jij wist dat het ergens ophield.
Maar toch: het geeft me ergens een opgelucht gevoel.

Alsof ik niet te weinig gevraagd heb naar je ziekte.
En ik me niet alleen maar schuldig hoef te voelen.
Omdat we niet spraken over wat er met je ging gebeuren.
En omdat we eigenlijk gewoon met elkaar omgingen als altijd.
Intensief contact, bellen om het bellen, over alles praten wat er om ons heen gebeurde.
En vooral: heel veel lachen.
En af en toe eens tekeergaan over iets wat ons niet zinde.


Ik denk dat je er gewoon echt niet over wou praten.
Misschien dat ik dat nu iets beter snap.