Kapelaan Nausstraat

Lieve mama,

Ik was met Anneloes een paar nachtjes in Roermond.
We sliepen in een hotel.
Met sportschool, om het enigszins gezellig te houden.

Gister zijn we in Egchel geweest, jouw geboortedorp.
Egchel is een klein dorpje in de Limburgse Peel.
We hadden wat vooronderzoek gedaan.
We wisten dat jouw ouderlijk huis achter de kerk heeft gestaan.

Jullie boerderij bestaat allang niet meer.
Er staat inmiddels een woonwijk.
De straatnaam is nu de ‘Kapelaan Nausstraat’.
Hij was een broer van je vader, mijn opa dus.
Voor de oplettende lezer: jouw meisjesnaam is dus Naus.
Best grappig toch: dat jouw oude geboortegrond, je achternaam heeft gekregen.

Anneloes en ik liepen wat rond op de plek waar jij ongeveer geboren bent.
We gingen koffie drinken in het dorpshuis.
Ik zag een grijze golf van enthousiaste oudere dorpsbewoners.
Natuurlijk kenden ze de familie Naus.
“Die gingen in de jaren ‘50 al naar de polder!”

Een man vertelde ons dat hij bij een van jouw zussen in de klas had gezeten.
En dat hij kameraad was met een van Naus. De broer van jouw neef.
Het duurde een paar uur voordat ik dacht: “Maar die broer is dan toch ook je neef?”
“Er wonen nog veel ‘Nausen’ in Egchel”, zei de man

“Doe je familie in ieder geval de groeten”.
De man was er ene van de tweeling ‘Tjung’.
“Dan weten ze het vast wel”.
Schijnbaar zijn de Tjung-broers een begrip in heel Limburg.
Het was een heerlijk gesprek.
De man verteld zo enthousiast over jullie. Alsof het gister was.

“En jij bent er een van?”, vroeg de man.
“Marietje, de een na jongste.
Zij is overleden aan kanker.
De rest leeft nog.”
Het gesprek viel stil.
Een pijnlijk moment in een verder mooie ochtend, in een prachtig dorpje.