Huis in twee

Lieve mama,

Tot nu toe wisten we de dans te ontspringen.
Maar vorige week vrijdag sloeg het noodlot toe.
Anneloes kreeg een melding op de corona-app.
Ze moest zich laten testen.

We namen het zekere voor het onzekere.
Niks uitslag afwachten.
Direct actie.
Het huis verdeelde we in tweeën.


Ik sliep op een matrasje in een andere kamer.
Anneloes zat boven waar ze werkte, tv keek,
veel hapjes mee naar toe nam en een grote hoeveelheid speciaal bier dronk.
De trap naar boven was een soort voedsel- en drank-transportband geworden.

Ik kon er snel aan wennen.
Ongegeneerd op de bank liggen.
Alle programma’s kijken waar Anneloes zo’n hekel aan heeft.
All you need is love bijvoorbeeld.
Alleen al om Robert ten Brink. Wat blijft die man toch altijd lekker gewoon.
En niemand die dan tegen me zegt: “Wat ben je toch een oud wijf.”
Heerlijk

En als ik moe word, kan ik zonder overleg gaan tukken.
Eén duik op de matras en direct gaan slapen.
Niet dat ‘net-voordat-het-licht uitgaat-praatje’.
Of als ik bijna in slaap val dat zinnetje:
‘O ja ik had vandaag toch wat op het werk.’
Ik was een uitgerust man.

Toch ging ik het missen.
We leefden compleet apart.
En ongestoord de krant lezen is leuk drie dagen op rij.
Maar de vierde dag ga je die domme vragen toch missen.
“Staat er nog wat in?” of: “Heb je de puzzels alvast voor mij?”
Het heeft toch wel wat.

Gelukkig is de quarantaine voorbij.
Ik ga straks kijken wat de schade is.
Aan de lege hapjesplanken en de flessen voor de glasbak te zien,
heeft Anneloes zich wel vermaakt.
Gelukkig maar. Want het was ook wel zielig.

Vanavond mogen we weer bij elkaar zitten.
Kan ze weer ouderwets klagen dat ik
Een huis vol wil zien.
Terwijl dat een schitterend inkijkje in het grote gezinsleven is.
Ik denk dat Anneloes te jong is om dat te zien.
Helaas.


En vanavond weer een verplicht praatje in bed.
En daar blijft het bij.
Want dat plastic scherm tussen ons in, gaat voorlopig niet weg.
Veiligheid voor alles.