Gebroken middenvoet wordt een ware mentale test

Ik liep de marathon van Sevilla in 2 uur 34 minuten en 7 seconden. Doelstelling behaald: onder de 2 uur 35. Hopelijk genoeg voor een mooie top-25 notering in de marathonranglijst van Nederland. Daarna mocht ik op het podium staan om de 1e prijs van het Sallands Crosscircuit in ontvangst te nemen. Doelstelling 2 behaald! Toch voelde ik me niet goed. Waar ik begin januari nog in bloedvorm was, met een mooi pr in Deventer tot gevolg (32 minuten en 19 seconden op de 10 km, kreeg ik halverwege januari overal last van pijntjes. Stiekem wist ik al waar het in zat: vanaf november heb ik 10 crossen van 10 kilometer, 2 wegwedstrijden van 10 kilometer en een halve marathon gelopen. Ik merkte dan ook dat mijn vorm in de weken voor de marathon steeds minder werd. In Schoorl op het NK 10 kilometer, dat was 1 week voor de marathon, liep ik bijna 50 seconden langzamer dan 4 weken eerder in Deventer. Vermoeid ging ik naar Sevilla. Wonder boven wonder perste ik er nog een 2:34 uit. De pijntjes werden echter steeds heviger.

In de week na de marathon strompelde ik door de straten van Sevilla naar de boulevard, langs de rivier om toch maar mijn trainingen te doen. Tegen beter weten in noemen ze dat. Achilles, hamstring, kuiten, sprongbeen alles begon pijn te doen. Op een zaterdagmorgen, 25 maart ging het echt mis. Na een aantal versnellingen knapte er iets in mijn voet. Ik kon niet meer lopen van de pijn. Een breukje in mijn middenvoetsbeentje was de boosdoener. Een onderbreking van de corticale lijn om precies te zijn. “Metaalmoeheid”, zei de dokter. Constante belasting die kan leiden tot een breuk.

Wat nu? Een golf van zelfmedelijden kwam in mij opzetten. Waarom gebeurt mij dit nu weer? Hoeveel pech kan een mens hebben? Wat moet er nu van mij terecht komen? Waar haal ik mijn voldoening nog uit? Hoe moet ik nu verder leven? Deze golf duurde exact 10 minuten. Het was even een schok om te merken dat mijn omgeving gewoon doorleefde. Geen paniek in de straten, toeterende auto’s, media in de bosjes of gillende meiden huilend in de straat, omdat hun sportieve idool even niet meer kon excelleren in zijn strakke tights. Toen ik thuis mijn vriendin inlichtte, was haar reactie: “dat is vervelend”. Vervelend!? Catastrofaal bedoelde ze zeker! Een inter-persoonlijke crisis! Een fundamentele kwestie die mijn hele leven op de kop zet! Dat zijn de juiste krachttermen. Vervelend is heel wat anders! Bijvoorbeeld dat mijn vriendin bijna ieder ochtend steevast vraagt of er nog iets in de krant staat deze morgen. Waarop ik standaard zeg: nee ze hebben een blanco A4 vel afgestuurd nou goed! Dat is vervelend! Dit is vele malen erger. Mijn hele identiteit gaat eraan. Ik moet lopen! Wat moeten de buren wel niet denken als ik ’s ochtends niet standaard mijn horloge indruk en wegren? Straks betichten ze me van luiheid, laksheid, de verpersoonlijking van de westerse samenleving, of nog erger: ze verdenken me van vetzucht, vadsigheid en gemakzuchtigheid. Voor je het weet sta ik bekend als een ongedisciplineerd zwijn! Toch waren de meeste reacties vergelijkbaar met die van mijn vriendin: “vervelend voor je maar je weet dat het kan gebeuren als je zoveel traint.” Hmm.. misschien zijn er wel ergere dingen dacht ik. Ik ging eens diep nadenken. Toen kwam het besef dat ik hier wel eens sterker uit kan komen. Een periode lang alternatief trainen zonder schokbelasting op mijn kuiten en achillespezen zou mij zeer goed kunnen doen. Ik maakte een plan. Een Spartaans plan. Elke dag om half 6 opstaan. Intervaltraining op de crosstrainer en 4 avonden per week een tweede training op crosstrainer of fiets, afgewisseld met krachttraining. 10 trainingen per week, die moeten mij krachtig en fit houden.

Trouw sta ik nu elke maandag, dinsdag en donderdag om iets voor zeven in een klein zaaltje in de sportschool mezelf verrot te draaien op een apparaat dat ‘megawalk’ genoemd wordt. In de wetenschap dat ik ’s avonds weer mag. Op woensdag, vrijdag, zaterdag en zondag mag ik van mezelf iets later beginnen met de trainingen. Omdat ik vrij ben of late dienst hebt. Hoe spectaculair ‘megawalk’ ook klinkt, het apparaat is vrij eenvoudig te omschrijven. Een ijzeren machine waarbij je zeer korte cross-trainpasjes maakt. Er zit een hendeltje op. Daarmee kun je de weerstand opschroeven. Dat is het eigenlijk wel. Na een tijd kun je de naam ‘martelwerktuig’ prima als synoniem aandragen. Want je kunt er helemaal op kapot gaan!

Ik vond mezelf met lopen al vrij gedisciplineerd. Meestal met vreugde, soms met lichte tegenzin werkte ik mijn trainingen af, nooit verzakend en altijd vol overgave. Sinds ik veel op de crosstrainer train is buiten lopen pure hobby. Ik ga, als ik weer mag lopen, genieten van elk moment dat ik buiten ben en wisselende beelden zie. Dat heb ik verdiend! Ik sta nu ruim 15 uur per week tegen een muur aan te kijken. Sommige dagen zien er als volgt uit. 5:30 de wekker, koken, eten 6:45 trainen. 90 minuten lang een wisselduurtraining op de crosstrainer met om de 6 minuten een harde versnelling. Na 90 minuten drijf ik uit mijn schoenen van het zweet, vervolgens ga ik douchen en aan het werk. Om 18 uur stop ik met mijn werk, eet ik thuis wat en om 19 uur sta ik weer op de crosstrainer voor een interval training van 80 minuten. Het is voor het goede doel denk ik dan maar. Gelukkig kan ik deze trainingen nog doen. Bovendien moet ik wel, want ik wil geen conditie verliezen. Ik hoop dat het heeft gewerkt. Het heeft me mentaal nog sterker gemaakt. Elke dag 1 a 2 keer met lichte tegenzin afzien, is een ieder aan te raden die weleens een mentale dip heeft. Geloof me, je komt hier sterker uit.

Ach ik heb ook mijn momenten van frustratie. Bijvoorbeeld mijn uitbarsting tegen de assistent van mijn huisarts, die het lef had om mij niet direct een verwijzing voor een röntgenfoto te geven. “De dokter moet u eerst zien “, meneer Verdaasdonk. Waarop ik een kwartier tekeer ging over hoe de zorg in Nederland kapot gaat aan dit soort formele procedures. De huisartsen zijn al zo druk, ik kom met een echo aan van mijn fysiotherapeut waaruit de breuk van mijlenver te zien is, en de dokter moet er toch weer wat van vinden. De assistente probeerde mij te kalmeren met: “meneer maak u niet zo druk, dan neemt u toch een paar dagen meer rust”. Na deze uitspraak was het goed dat er glas tussen de assistent en mij in zat. “Hoe haalt u het in uw hoofd om voor mij te bepalen waar ik me wel en niet druk om moet maken?!” De assistente dook ineen en had haar hand inmiddels bij de alarmknop. Het mocht niet baten ik kreeg geen verwijzing en moest de volgende dag ‘gewoon’ naar de huisarts. De sympathieke dokter kon overigens wel lachen om het voorval. Ik naderhand ook wel.

Aankomende woensdag heb ik een scan. De breuk moet dan genezen zijn is de verwachting. Dan mag ik weer lopen. Buiten! Dus niet meer 2x per dag 7 keer per week naar de sportschool. Want hoewel ik misschien best aangenaam gezelschap ben, kan ik me voorstellen dat ik het personeel zo nu en dan de keel uithang. Daar heb je dat kleine mannetje weer zeiknat van het zweet anderhalf uur in een hokje tekeer gaan. De woorden ‘freak’, ‘hersenloos’, ‘obsessief’ en tal van andere aanduidingen zullen weleens gevallen zijn.

Mocht ik deze week weer met hardlopen morgen beginnen, dan beloof ik plechtig dat ik alles tijdens mijn trainingen in mij op zal nemen. Ik ga veel meer van de omgeving genieten. Van koeien in de wei, mooie brievenbussen in de vorm van een boerderij, bomen die langzaam dichtgroeien, tot aan de vrachtauto’s van het plaatselijk grondverzet bedrijf die af en aan rijden rond mijn trainingsroutes en mij regelmatig bijna van de sokken rijden. Zelfs van de honden die de erven van de boerderijen bewaken ga ik genieten. Springen ze bovenop me of blijven ze op het erf? Vroeger vond ik dit vervelend, nu zie ik het als een leuke quizvraag onderweg. Ik ga echt overal van genieten. Als er een oude opa en oma naast me komen fietsen en zeggen dat ik wel 18 kilometer per uur loop en vervolgens 10 minuten een gesprek blijven aanknopen ,vond ik dat vroeger irritant. Nu zie ik het als een leuk contactmoment. Wat zal ik anders in het leven staan zeg! Ik word een echte looptoerist. Ik zit er zelfs aan te denken om een fototoestel met een touwtje over mijn trainingskleding te dragen. Ik moet alles vastleggen en genieten van het moment. Dus mocht u een hele blije, fotograferende, zwaaiende, hardloper voorbij zien komen. Dan weet u dat ik dat ben, intens genietend. Schroom niet om een praatje met me te maken, of om de weg te vragen. Waar ik vroeger stug langs u heen rende, niet reagerend omdat ik mijn training niet wil onderbreken, neem ik nu alle tijd. Misschien kunnen we dan samen mijn foto’s van de omgeving even bekijken, mocht u daar behoefte aan hebben. Ik ben herboren, ik geniet van elk moment. Ik loop immers weer!

Jos Verdaasdonk, 1 mei 2017