Doorgaan, maar herinneringen blijven altijd

Ik probeer … keihard te trainen. Altijd doorgaan, want sport is hobby. Maar waarom is lopen niet meer leuk? Waarom zijn wedstrijden leeg? Waarom zijn ranglijsten kaal? Waarom zijn tijden nietszeggend? En waarom blijf ik wedstrijden opzoeken die ik al jaren doe, om er vervolgens achter te komen dat ze aan betekenis hebben verloren? Omdat jij ze niet meer kan duiden.

Ik werk hard… ik wil een goede tekstschrijver worden. Of nee, misschien wel leraar Nederlands. Of wacht beleidsambtenaar. Ik wil vooruit. Ontwikkelen. Beter worden. Slimmer worden. Maar waarom? Plannen maken en mijn toekomst uitstippelen! Maar nogmaals: waarom? Omdat ik dan niet over het verleden hoef na te denken.

Ik maak me druk … om het opkomend nationalisme. Om relschoppers die onder het mom van ’onze identiteit wordt aangevallen’ demonstranten bekogelen, bedreigen en intimideren. Of om Baudet die tegen zulke enge groepen aanschurkt, dat er continu 8 rechercheurs voor zijn partijbureau zouden moeten posten. Wedden dat ze binnen een week minstens 20 terreurgroepen hebben ontmaskerd? Een wolf in schaapskleren die Thierry. Of ik stoor me aan VVD’er Dijkhof die dingen roept waarvoor Janmaat vroeger gevangenisstraf had gekregen. Maar er is niemand weer met wie ik me druk kan maken. Want jij bent er niet meer. En samen tekeer gaan tegen de verrechtsing van de maatschappij, is leuker dan alleen.

Herinneringen blijven. Stilstaan durf ik bijna niet. Soms wel. En dan even niet bij het ziekenhuis, of bij infusen, operaties en astronautenvoedsel. Maar aan jou zonder die ziekte. Dat we samen naar Spinvis gingen. Of dat we bij Dries van Agt gingen kijken. “Omdat hij zo mooi praatte, een beetje als opa Naus.” Wat waren we intellectueel. (Vonden we zelf.)

Of dat je fruit maakte ’s avonds (direct voor een heel weeshuis). Een schaal met 8 mandarijnen 4 kiwi’s 6 appelzuster (dat zijn appels in stukjes) en 1 peer. “Want er kwam toch niemand verder? Anders maak ik even wat meer.” En dat je altijd geïnteresseerd was in iedereen. Tot de laatste dag! Wat zeg ik, OP de laatste dag. Of dat je een konijn gaf toen ik de Alpe d’Huzes had gefietst. Ok, ik geef toe Alpie was niet de meest originele naam. Maar hij staat nog steeds in bed.

Dat ik het weinig over je heb, wil niet zeggen dat ik nooit aan je denk. Elke dag namelijk een keer of 50. Bij alles wat ik doe. Niks is meer hetzelfde. Alles is anders. En vastklampen lukt niet meer, behalve aan de herinneringen dus. Want die blijven …

Daarom blijf ik vechten, strijden en genieten. Want dat wil je. Ook al lag jij kermend van de pijn op de bank. Iedereen om je heen moest doorgaan. Naar verjaardagen gaan en doen alsof we allemaal gek zijn. Alsof dat zo werkt!

Wat hadden we een mooi ritueel. Jij zei dat je vandaag een kwaaltje had. Ik vroeg wat je eraan kon doen. Jij zei dat er een medicijn voor was. Of dat de verpleegster kwam. De volgende dag was het opgelost en had je wat anders! En ja hoor … daar was ook weer een simpele oplossing voor. Niks algemene misère, gewoon elke dag een klein kwaaltje dat aan het eind van de dag gewoon was opgelost. Wat kunnen mensen zichzelf voor de gek houden. Maar het was een overlevingsmodus. Voor jou, voor mij, voor iedereen.

Dus ik blijf me druk maken, hard werken, hard trainen mijn best doen. Mijn toekomst uitstippelen. En genieten! Maar soms een beetje tegen beter weten in. Als een soort struisvogel mijn kopje wegsteken en doorgaan.